Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Posts uit 2012 tonen

Aanraakbare kunst

Toen Jezus door Judas werd verraden ging-ie dood en daarna stond ie weer op uit zijn graf. Beetje kort door de bocht misschien, maar in die dagen na zijn opstanding liep hij door de Palestijnse dreven en kwam hij Maria Magdalena tegen (een niet - deugende vrouw en de moeder aller modellen). Magdalena, in opperste bewondering voor de meester, wilde naar hem toe snellen om te weten of hij echt de meester was. Jezus sprak toen de strenge maar terechte woorden tegen het model: Noli me tangere (raak me niet aan).  In de vroeg-renaissance was dit een geliefd thema in de schilderkunst. Het hogere dien je niet aan te raken, gepaste afstand is een vereiste voor de dingen die je bewondert. Waarom dit verhaal als inleiding op de tentoonstelling van Daphne Brasser in het Kennemer Theater?    Noli me tangere, Giotto Laat ik bij het begin beginnen. Daphne Brasser maakt zoals ze zelf zegt: wandpanelen. Vilt. Besneden, opengesneden, bewerkt, getordeerd en wat voor techniek dan ook,

Beetje makkelijk

‘Leuk , gezellig, gekkig’. Dat zijn de reacties in het gastenboek op de tentoonstelling van de illustraties van Annet Schaap. Kinderboekenillustrator, met name bekend van de tekeningen bij de ‘Hoe overleef ik..’serie van Francine Oomen. Maar ze heeft natuurlijk veel meer werk gemaakt en daarvan zien we een overzicht in de oktobertentoonstelling in het Centrum voor de Kunsten. Kinderboekenillustraties. Zolang ik leef heb ik al een fascinatie voor kinderboeken en de plaatjes erin. Mijn liefde voor lezen is in mijn kindertijd ontstaan en de plaatjes in die boeken hebben daar veel, zo niet alles, aan bijgedragen. Ik denk nu aan illustere illustratoren uit mijn kindertijd: Hans Kresse, The Tjong King (toen al, nog steeds), de tekeningen bij de Scheepsjongens van Bontekoe ( Dick de Wilde), Peter Spier, Rogier Boon (Wim is weg), de Gouden Boekjesreeks, noem maar op. Deze tekenaars verstonden de kunst om met een tekening rust aan te brengen in een verhaal. Zij legden het spannende mo

Master van zijn eigen universe

Toen op mijn basisschool het begrip Vrije Expressie zijn intrede deed, lang geleden al weer, was een van de eerste opdrachten om een fantasietekening te maken. Vanuit het toeval. Maar dan wel een beetje gestuurd. We kregen op ons tafeltje een paar potjes ecoline tot onze beschikking en moesten wat inkt op het papier druppelen. Met een rietje bliezen we dan de inkt alle kanten op zodat op het papier zich een bont tafereel van kleuren aaneenreeg. Daar moest je dan een tijdje naar kijken. Opdracht was dan: wat zie je in deze toevallige vormen. Met zwarte inkt mocht je dan over het bonte kleurenratjetoe een fantasietekening maken. ‘Wat zie je erin, jongens, laat je fantasie de vrije loop’. Dat beeld drong zich toen ik de tentoonstelling van Robert C. Smit bezocht. Een kleurrijke tentoonstelling met een overvloed aan beelden die in elkaar overlopen en waarin je, als je er zin in hebt, alles kan zien waar je zin in hebt. Deze stroming waarin je  je onbewuste de vrije

Een kleine handleiding bij Piet Vos

Donderdagmiddag voor de opening van zijn tentoonstelling ging ik even langs bij het Kennemer Theater en trof daar een onbeschrijfbaar zootje van bouten, tangen, latten, plastic zakken, aarde, staal, draad, plaat, verf, hamers, boormachines, gips en hout. En daartussen Piet Vos. Zoals gewoonlijk tot op het laatste moment bezig met de inrichting van zijn installaties. Zijn wereld, zijn ideeënwereld. Piet Vos. Een ernstig man. Piet is zo gecompliceerd en tegelijkertijd zo eenduidig dat er een verhaal à la Tsjechov voor nodig is om zijn worsteling met de wereld in de juiste proporties te vatten.  Jaren geleden schaakte ik elke woensdagavond na de tekenclub met Piet een potje en liet hem meestal winnen. Daar was hij blij mee. Een schijnbaar intellectueel gevecht met hem voeren over de orde der dingen (het schaakspel), dat doordenken en dan antwoorden op de slimmigheden van de ander, en dat met een stuk of vier, vijf, zes bier in je mik, en dan nog winnen ook. Op de vierkante meter w

Veel moraal , weinig verhaal

Jaren geleden gaf ik les op een christelijke basisschool in IJmuiden. Eigenlijk wilden ze me niet hebben, maar god, overmacht: een zieke juf en dan neem je de eerste de beste vervanger die zich voordoet. Dat was ik. Geen probleem, ook niet voor mij want ik zat dringend verlegen om werk en inkomen. Zonder moeite zette ik mijn principes overboord en toog elke ochtend met de pont naar Oost-IJmuiden. Voorwaarde was wel dat ik de dag met de kinderen met gebed zou beginnen. Psalmen kende ik niet, zingen kon ik niet, maar Woord voor Woord , een prachtige kinderbijbel van Karel Eijkman, met illustraties van Bert Bouman, bracht uitkomst. Deze Bijbel was verantwoord genoeg om het compromis aan te gaan tussen christelijk onderwijs enerzijds en mijn kijk op het leven anderzijds. Waarom deze intro. De junikunstenaar in het Kennemer Theater is Kees de Kort. Hij profileert zich voornamelijk als illustrator en wel van bijbelse verhalen. Zijn Kijkbijbel is in vele landen uitgebracht en als illustr

Verantwoord wild

Als je naar iemands gezicht kijkt, beslis je in een fractie van een seconde of je verder kijkt of niet. Vind ik hem of haar leuk? Meestal gaat het simpele, saaie leven gewoon weer zijn gang, de meeste mensen loop je gewoon voorbij. Maar soms is er dat moment: van een ander vang je een blik, zie je een oogopslag of een gebaar, ontwaar je een geheim dat je wilt ontrafelen. In het ergste geval word je dan verliefd, tuimelt in iemands ogen en wil nooit meer uit die wereld vandaan. Dat gebeurt niet elke dag, gelukkig, meestal vind je iemand aardig of interessant. Maar het idee om het bijzondere van iemand te willen duiden, dat kent iedereen. En schilders en schrijvers in het bijzonder, denk ik. Daarom ook maakt een schilder of een fotograaf portretten. Schijnbaar hebben ze wat gezien in een gezicht en net als een verliefde wil de schilder dat bijzondere inzicht delen met iedereen in de wereld. Bij de tentoonstelling van Bert Maurits in het Kennemer Theater gaat het om portretten. Gro

Zo zit het

Als ik tijdens de opening van de tentoonstelling van Kuno Grommers een rondje maak, tel ik al drie rode stippen. Blijkbaar zien de bezoekers er wat in. Naast  een van zijn werken zijn zelfs twee rode stippen geplakt: twee keer verkocht. Dat kan gelukkig met foto’s.  Voor zeker vijf, zes van zijn werken zie ik groepjes mensen druk gebarend   praten.  Het werk van Kuno Grommers   maakt wel wat los, zo te zien. Maar wat? ‘Vervreemdend’, lees ik  in het gastenboek. ‘En daar voel ik me prettig bij’. Zo. Vervreemdend is typisch zo’n jaren zeventig kunstbegrip. Als kunst in die tijd ‘vervreemdend' was, dan was het goed. Of het nu om onbegrijpelijke Franse film  of over beeldende kunst ging: in die tijd  mocht  een schilderij of foto niet lijken. De werkelijkheid was anders  dan wat je zag. Daar wil ik absoluut niet badinerend over doen.  Ieder schilderij belazert je per slot van rekening. We zien ruimte, we zien een portret, een blote dame of een landschapje: het blijft ve