Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Posts uit 2011 tonen

Móóóóóóóóóóóóóói, maar niet heus

Vroeger hoorde je van een eigentijdse  tentoonstelling weleens lollig zeggen: dat kan mijn zoontje van vier ook. Nou, dat kun je van de schilderijen van Ite Siegers niet zeggen. Mijn zoontje van eenentwintig kan dit niet. Maar  daar is dan ook tegelijk alles mee gezegd. Ite Siegers toont ons 20 schilderijen: landschappen. En ze lijken allemaal op landschappen. Met een gevoel van onbehagen verliet ik zaterdag de tentoonstellingsruimte. Waarom deze werken? Wat wil Siegers ons hiermee zeggen? Verantwoorde kunst, en op het eerste gezicht ‘mooi’, met krulletters. Hoewel. Mooi? Laat ik eerst even uitweiden. Wie wel eens door de polder loopt, weet dat een landschap nooit hetzelfde is. Dat ligt niet aan het landschap. Dat ligt aan het licht. Boven de polder de hemel, de ene keer in stralend blauw, de andere keer in miezerig grijs en al te vaak met hoge Hollandse luchten. Zoals we die kennen van Ruysdael, van Roelofs, van Weissenbruch. Het toeval wil dat ik die zaterdagochten

Zo is het

Heel vroeger vond ik stillevens saai, maar sinds ik iemand leerde kennen die stillevens  mooi vond , werd ik op slag een groot fan. Dat pleit natuurlijk niet erg voor mijn standvastigheid of principiële standpunten, maar zo werkt dat nu eenmaal. Toen ik dus dertig jaar geleden met iemand in Haarlem voor een stilleven met kazen en vruchten stond, en langer dan negen seconden (de gemiddelde tijd die een museumbezoeker aan een schilderij besteedt) mijn aandacht erop gericht hield, was ik verkocht. En waarom? Ik raakte getroffen door de eenvoud van het tafereel. Dan kan je een mooi verhaal gaan ophangen over stofbeheersing, kleurgebruik, compositie, lichtval, de zorgvuldig uitgebalanceerde compositie.  Bloemen en vruchten, kaarsen, rookwaren en muziekinstrumenten als symbolen van vluchtigheid en vergankelijkheid, van sterfelijkheid. Althans, met zo’n soort verhaal wilde ik net beginnen toen een andere bezoeker een en ander iets bondiger samenvatte met de opmerking: het lijkt we

Helemaal licht en dat donker

‘Dit is pas KUNST’, staat er met kapitalen gekalkt in het gastenboek bij de tentoonstelling van Philip Hopman. De reacties in het boek liegen er verder niet om: alle bezoekers lijken aangenaam getroffen door de prenten die Hopman geselecteerd heeft voor dit inkijkje in zijn oeuvre. Voor wie regelmatig samen met zijn of haar kinderen prentenboeken leest, zal dit geen verrassing zijn. Philip Hopman hoort thuis in de eredivisie van de Nederlandse en Vlaamse kinderboekillustratoren, een genre waarin Nederland toch al tot de wereldtop behoort. Met schijnbaar achteloos gemak, wat snelle lijnen en prachtig kleurgebruik weet hij een sfeer op te roepen die je als kind en als volwassene zijn tekeningen inzuigt. Toegegeven, vóór ik naar deze tentoonstelling ging was ik al aardig vooringenomen.  Voor mij is Philip Hopman, na The Tjong King, de beste illustrator die ik ken. Samen met nog een handjevol anderen. Als ik mijn kinderen vroeger voorlas, dook  ik met hen weg in zijn spannende