Doorgaan naar hoofdcontent

Aanraakbare kunst


Toen Jezus door Judas werd verraden ging-ie dood en daarna stond ie weer op uit zijn graf. Beetje kort door de bocht misschien, maar in die dagen na zijn opstanding liep hij door de Palestijnse dreven en kwam hij Maria Magdalena tegen (een niet - deugende vrouw en de moeder aller modellen). Magdalena, in opperste bewondering voor de meester, wilde naar hem toe snellen om te weten of hij echt de meester was. Jezus sprak toen de strenge maar terechte woorden tegen het model: Noli me tangere (raak me niet aan).  In de vroeg-renaissance was dit een geliefd thema in de schilderkunst. Het hogere dien je niet aan te raken, gepaste afstand is een vereiste voor de dingen die je bewondert. Waarom dit verhaal als inleiding op de tentoonstelling van Daphne Brasser in het Kennemer Theater?  


Noli me tangere, Giotto



Laat ik bij het begin beginnen. Daphne Brasser maakt zoals ze zelf zegt: wandpanelen. Vilt. Besneden, opengesneden, bewerkt, getordeerd en wat voor techniek dan ook, technieken waar ik nog nooit van had gehoord voor ik deze tentoonstelling bezocht. Want vooringenomen als ik ben: zoveel had ik niet met textiel. Met textiele werkvormen wel te verstaan, zoals dat vroeger op de opleidingen heette.

Maar ondanks mijn vooringenomendheid, ondanks de drukte tijdens de opening, ondanks  mijn onwetendheid over textiele technieken: ik ging meteen voor de bijl. 

Tegenover de trap hangen een paar ‘wandpanelen’:  monochrome kleurvlakken in bruin, groen en oranje, waarbij het oppervlak bewerkt is. Verderop zijn de werken minder geometrisch van opzet. Het oppervlak van het vilt is ook hier opengesneden, maar veel rauwer. Alsof er een mes in de huid is gezet. Daar onder dat oppervlak toont zich een andere wereld, onderhuids en door de insnedes zichtbaar. De binnenwereld zoekt zich een weg naar buiten. In sommige werken als met een mes opengereten, in andere werken zich zelf geduldig naar buiten stulpend.  

De kleuren zijn warm, de doeken verzorgd, de insnedes op het vilt zijn geometrisch en van grote harmonie. Rust. Evenwicht. Aaibare kunst. Aanraakbaar. Uitnodigend. Zacht en pijnlijk. Om bij te huilen.

Het duurde wel een paar rondjes lopen om er achter te komen waarom dit werk van Daphne Brasser me raakte. Met mijn gebruikelijke manier van kijken, vertalen, associeren en interpreteren kwam ik op deze tentoonstelling niet ver. Dit werk moest ik op een heel andere manier op me laten inwerken. Het raakte me wel. Maar waarom?

Een mens heeft een stel zintuigen. Met je ogen zie je de wereld om je heen en interpreteer je er op los. Een schilderij zie je, vertaal je, associeer met eerder werk of eerdere ervaringen, je probeert het verhaal erachter te vinden, maar je ogen sturen de beleving. Bij muziek doe je dat met je oren, de smaaksensatie kennen we van eten en drinken: onze binnenwereld maakt contact met de buitenwereld en de zintuigen zijn het doorgeefluik. Met kunst wordt dat mooi gemaakt, of scherp, of ranzig of hoe de kunstenaar tegen zijn wereld en beschouwers aankijkt.

Ons voelen is een ondergewaardeerd zintuig. Daar moest ik aan denken toen ik langs dit werk liep. Ik had telkens de neiging om het aan te raken, te voelen. Het verhaal is in tegenstelling tot bij de beeldhouwkunst en de schilderkunst niet van belang. Daarom ook misschien dat de eerste werken op de tentoonstelling, die ook een titel hebben (Vier Elementen), juist door die titel steeds meer aan kracht verliezen. Dit werk heeft geen verhaal nodig. Dit werk moet je anders beleven.   



Wandpaneel, Daphne Brasser



Tuurlijk is de textuur, de kleur en de vorm van groot belang, maar belangrijker is juist dat je er naar toe getrokken wordt. De neiging om het aan te willen raken, je hoofd er tegen te leggen, je vingers erover heen te laten glijden. Pijnlijk opengescheurde oppervlaktes vragen om vingers die de pijn verzachten, die troosten, die aaien.

We kijken onder de huid, binnen de huid. En willen dat voelen. In contact komen met de binnenwereld. Niet door een verhaal, niet door een afbeelding, maar om zachtjes dat ene te doen dat er hier toe doet: aanraken.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Over een kip en twee fotografen

Ik begin met een anekdote over een kip,
en de clou komt later wel, op het eind.
Het verhaal van de kip in New York gaat als volgt. Een groep antropologen legde leven en welzijn vast van een papoeastam in primitief Nieuw-Guinea. De primitieven hadden nog nooit kennis gemaakt met de moderne wereld, geen vliegtuig gezien, geen auto, tv, radio, niets van dat al wat ons leven zo superieur maakt. De wetenschappers dachten dat het confronterend zou zijn de primitieven kennis te laten maken met die wereld van wolkenkrabbers, metrolijnen, fastfood en techniek. Er werd een film vertoond over het jachtige leven in New York. Na afloop werd aan de stamleden gevraagd wat ze allemaal gezien hadden. Een kip, was het antwoord. Temidden van al de moderne overvloed was alles wat hen was opgevallen iets wat ze herkenden: een kip. Een fraaie illustratie van hoe ons kijken in elkaar steekt. We zien wat we kennen. Wat we niet kennen, zien we niet. 

Op naar de laatste tentoonstelling bij KeK. De dubbeltentoons…

De ogen van een ander

‘Had ik maar iemand om van te houden…’

‘Had ik maar iemand om van te houden, twee zachte armen om me heen.’ Het is niet zo dat ik me sneu voel of zo, maar sinds mijn bezoek aan de tentoonstelling van Josje Peters dreunt dat deuntje in mijn hoofd. Hoe dat komt is simpel. De tentoonstelling bestaat uit niet  meer dan vijf monumentale schilderijenen van vier armen en niet minder dan dat daarbovenop nog twee grote doeken. Gul geschilderd. Op een woensdagochtend vroeg toog ik naar het Centrum van de Kunsten voor de tentoonstelling van Josje Peters. Ik had toch niks anders te doen. Bij binnenkomst was de tentoonstellingsruimte nog in een aangenaam duister gehuld. Op de vijf monumentale werken was slechts een enkel spotje gericht, wat wonderlijk genoeg de zeggingskracht van de schilderijen vergrootte. Toen ik twee rondjes had gelopen kwam de directeur van het Kennemer Theater zijn kantoor uitgelopen. ‘Ik zal een lichtje voor je maken’ zei hij vriendelijk en floepte de grote  lichten aan. De schilderijen zag je beter, maar het my…