Doorgaan naar hoofdcontent

Waarheen, waarvoor?

Als je op de website van Ytje Veenstra rond hopt (www.ytje.com) word je overdonderd door een fikse hoeveelheid namen en contacten voor wie en met wie Ytje heeft gewerkt. Deze Haarlemse lijkt in binnen- en buitenland actief te zijn en voor veel bladen en projecten illustraties te hebben geleverd. Ze is ook ambitieus, lijkt, gezien haar Engelstalige blog met de veelal hippe lifestyle-achtige tekeningen en illustraties. Ze schept verwachtingen.

Deze zomer hangt een deel van haar werk in het Centrum van de Kunsten in Beverwijk en om met de deur in huis te vallen: haar werk is net zo aangenaam als de zomer van 2016 tot nu toe. Voor de liefhebber valt er heus het een en ander te halen, soms kan je je warmen aan een aardig portretje, het oogt in eerste instantie niet onprettig, het is leuk voor de foto, soms belooft het heel wat, maar na heel wat aardige aanzetten denk je ook: zet nou eens door.

Het is knap gedaan, erg precies getekend, met een hang naar ‘net echt’. Het lijkt erop dat haar tekeningen een soort van collages zijn van nagetekende foto’s, zo precies en nauwkeurig is alles op papier gezet. Maar, dat weet iedereen die weleens van een foto een gezicht heeft proberen na te tekenen, niets is zo levenloos als een nagetekende foto. Een foto mag best hulpmiddel zijn bij het opzetten van een beeld, maar een nagetekende foto op zich is doods. Probeer daar meer weer eens leven in te wekken. Het blijft buitenkant.

De eerste werken op de tentoonstelling (de Art Rotterdam-serie) gaan daar al aan mank, bij de grote collage-achtige werken speelt dat steeds meer een rol.
Grote tekeningen van de wereld van glamour, reclame en ‘urban life’ wisselt ze af met semi-mysterieuze droombeelden. Met fijne lijntjes en arceringen probeert ze zo precies mogelijk een beeld neer te zetten, van een stadse wereld, nouveau riches in een zwembad, leeg kijkende en cocktail-drinkende modernen, vaak sterachtige types met diva-allure. Daar is dan een een mysterieus sausje over heen gegooid. Is dit de echte wereld wel of is dit de schijnwereld en is de mens daar wel gelukkig en ligt de leegte niet op de loer? En het verval? Zoiets lijkt de filosofie achter de werken te zijn.
Als je teveel van dit soort tekeningen achter elkaar ziet, kantelt het allemaal de verkeerde kant op. Nou weet ik het wel, met die moderne mensen, die lifestyle en die schijnwereld, denk je dan en in versnelde pas loop je de werken langs.

Minder gekkigheid was beter geweest, meer vaart (in de lijnvoering) was beter geweest, de technische verzorging laat te wensen over (het werk is slordig opgehangen, oud plakband laat los), een duidelijke regie over het beeld of een strak plan over het verhaal (waar gaat het om?) van tevoren was beter geweest. Nu is het te associatief. Weliswaar heeft zij nauwgezet en met overgave een situatie gecreeerd en neergezet. Er worden hele werelden geensceneerd, maar waartoe? Helaas ontbreekt de kern van het verhaal. Alsof we dat allemaal zelf mogen bedenken.


Het is goed bedoeld en de werkkracht is bewonderenswaardig. De uitvoering is monnikenwerk, maar hadden de monniken in hun handwerk nog een doel, bij deze expositie van deze werken van Ytje Veenstra moet dat zich nog aandienen. Ik krijg geen idee wat ze met haar tekeningen wil zeggen en waar ze naartoe wil. Jammer hoor.

Reacties

  1. Jaappppp! Ik kwam net onze boeken tegen die we bij de vietnameesjes schreven! Zou het erg leuk vinden om van je te horen!
    Lieve groet,
    Wouthiera
    info@inbloei.nu

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Over een kip en twee fotografen

Ik begin met een anekdote over een kip,
en de clou komt later wel, op het eind.
Het verhaal van de kip in New York gaat als volgt. Een groep antropologen legde leven en welzijn vast van een papoeastam in primitief Nieuw-Guinea. De primitieven hadden nog nooit kennis gemaakt met de moderne wereld, geen vliegtuig gezien, geen auto, tv, radio, niets van dat al wat ons leven zo superieur maakt. De wetenschappers dachten dat het confronterend zou zijn de primitieven kennis te laten maken met die wereld van wolkenkrabbers, metrolijnen, fastfood en techniek. Er werd een film vertoond over het jachtige leven in New York. Na afloop werd aan de stamleden gevraagd wat ze allemaal gezien hadden. Een kip, was het antwoord. Temidden van al de moderne overvloed was alles wat hen was opgevallen iets wat ze herkenden: een kip. Een fraaie illustratie van hoe ons kijken in elkaar steekt. We zien wat we kennen. Wat we niet kennen, zien we niet. 

Op naar de laatste tentoonstelling bij KeK. De dubbeltentoons…

De ogen van een ander

‘Had ik maar iemand om van te houden…’

‘Had ik maar iemand om van te houden, twee zachte armen om me heen.’ Het is niet zo dat ik me sneu voel of zo, maar sinds mijn bezoek aan de tentoonstelling van Josje Peters dreunt dat deuntje in mijn hoofd. Hoe dat komt is simpel. De tentoonstelling bestaat uit niet  meer dan vijf monumentale schilderijenen van vier armen en niet minder dan dat daarbovenop nog twee grote doeken. Gul geschilderd. Op een woensdagochtend vroeg toog ik naar het Centrum van de Kunsten voor de tentoonstelling van Josje Peters. Ik had toch niks anders te doen. Bij binnenkomst was de tentoonstellingsruimte nog in een aangenaam duister gehuld. Op de vijf monumentale werken was slechts een enkel spotje gericht, wat wonderlijk genoeg de zeggingskracht van de schilderijen vergrootte. Toen ik twee rondjes had gelopen kwam de directeur van het Kennemer Theater zijn kantoor uitgelopen. ‘Ik zal een lichtje voor je maken’ zei hij vriendelijk en floepte de grote  lichten aan. De schilderijen zag je beter, maar het my…