Doorgaan naar hoofdcontent

On the road!

De keuze van KeK deze maand viel op het werk van Evelien Andrée Wiltens. Lovenswaardig beleid van KeK ook om jonge regionale kunstenaars aan het begin van hun loopbaan de gelegenheid te geven in een mooie ruimte een proeve van hun kunnen te tonen. Voorgaande jaren zagen we Marije Gertenbach en Daphne Brasser, dit jaar is de beurt aan Evelien Andrée Wiltens.

Bij de opening van de expositie werd een tekening getoond van de kunstenaar die aan het begin van een lange weg staat, koffer met schilderspullen in de hand, rugzak met kwasten en bijbehoren omgegord, op weg naar de ondergaande of rijzende zon. Een lange weg te gaan. De tekening illustreerde de reis van drie maanden die Evelien net achter de rug had, maar tegelijkertijd symboliseert het ook haar carrière als schilder. Ze heeft net de eerste stappen gezet, op pad! 


(tekening bij opening, Wies T)
Wat heeft Evelien ons te melden? We zien een veelheid aan schilderijen van wisselend formaat, kleurrijk, prettig van toon, beetje raadselachtig van voorstelling, verhalend, uitnodigend. De stijl en thematiek deed me in de verte denken aan het werk van West-Vlaamse schilders als Roger Raveel en (wat eerder in tijd) Edgar Tytgat.  Ogenschijnlijk tikje primitief, heldere kleuren, intrigerende verhalende ondertoon. Een mooi richtsnoer. 

Wat verder opvalt is de variatie in grootte van de werken. Dat schommelt tussen een fors formaat vierluik, tot kleine schilderijtjes van 15 bij 20, van een bakje tuinkers (met dodenmaskertje) tot badkuip met waterbom. Op zich maakt dat niet uit, natuurlijk niet, alles kan, alles mag. Maar het onderstreept ook het nog zoekende in haar geëxposeerde werk. Alsof ze hier en daar nog niet precies weet hoe ze haar verhaal moet vertellen. Hoe ze haar stempel moet drukken.

Dat zoeken naar een eigen weg is kenmerkend voor de tentoonstelling. In het eerder genoemde vierluik valt alles net niet op zijn plaats. Het is wel fors, maar ook te fors. Het vertelt wel een verhaal, maar dat verhaal verliest zijn kracht in de spanwijdte van het formaat. In het vierluik is het landschap met heuvelen plastisch en plat neergezet, maar de rest van de omgeving lijkt onnadenkend ingekleurd. De vier schilderijen vertellen bij elkaar wel een verhaal, maar het is te groot opgezet om spannend te worden.

Nee, dan de kleine werken. Daar vind je opeens kleine, bijzondere en heel eigen schilderijen. Kleurrijke afbeeldingen, intrigerende portretjes, plaatjes met een onnadrukkelijke zeggingskracht. Een prachtig landschapje, een paar fraaie collages, een geslepen portret van een jonge man, een onnozele man op een onnozele trap. Een serie van snelle werken die in een roes gemaakt lijken te zijn en wel degelijk spanning oproepen. In dat halve bewustzijn, tussen slaap en waak, schuilt haar kracht. De kracht van het onnadrukkelijke. 




(Portret en Noodlesoup, Evelien Andrée Wiltens)


Tot slot nog een klein punt: ga wat eerbiediger om met je materiaal. Het valt me op dat heel wat werken niet ‘af’ zijn of niet doorgewerkt. Of half behandeld. Bij de schetsen (de prachtige droomsequentie) is dat geen probleem. Maar bij de andere werken gaat het wel storen als het verhaal dat verteld moet worden, slordig wordt afgeleverd. Zonde. Als je wat te zeggen hebt let dan ook op hoe je het zegt. Het verhaal verdient betere zorg.

Evelien Andrée Wiltens is een jonge ster aan het firmament die nog kan schitteren of doven. We wachten af. Maar in spanning, want spannend is het. Werk aan de winkel, Evelien, en verras ons. On the road!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Over een kip en twee fotografen

Ik begin met een anekdote over een kip,
en de clou komt later wel, op het eind.
Het verhaal van de kip in New York gaat als volgt. Een groep antropologen legde leven en welzijn vast van een papoeastam in primitief Nieuw-Guinea. De primitieven hadden nog nooit kennis gemaakt met de moderne wereld, geen vliegtuig gezien, geen auto, tv, radio, niets van dat al wat ons leven zo superieur maakt. De wetenschappers dachten dat het confronterend zou zijn de primitieven kennis te laten maken met die wereld van wolkenkrabbers, metrolijnen, fastfood en techniek. Er werd een film vertoond over het jachtige leven in New York. Na afloop werd aan de stamleden gevraagd wat ze allemaal gezien hadden. Een kip, was het antwoord. Temidden van al de moderne overvloed was alles wat hen was opgevallen iets wat ze herkenden: een kip. Een fraaie illustratie van hoe ons kijken in elkaar steekt. We zien wat we kennen. Wat we niet kennen, zien we niet. 

Op naar de laatste tentoonstelling bij KeK. De dubbeltentoons…

De ogen van een ander

‘Had ik maar iemand om van te houden…’

‘Had ik maar iemand om van te houden, twee zachte armen om me heen.’ Het is niet zo dat ik me sneu voel of zo, maar sinds mijn bezoek aan de tentoonstelling van Josje Peters dreunt dat deuntje in mijn hoofd. Hoe dat komt is simpel. De tentoonstelling bestaat uit niet  meer dan vijf monumentale schilderijenen van vier armen en niet minder dan dat daarbovenop nog twee grote doeken. Gul geschilderd. Op een woensdagochtend vroeg toog ik naar het Centrum van de Kunsten voor de tentoonstelling van Josje Peters. Ik had toch niks anders te doen. Bij binnenkomst was de tentoonstellingsruimte nog in een aangenaam duister gehuld. Op de vijf monumentale werken was slechts een enkel spotje gericht, wat wonderlijk genoeg de zeggingskracht van de schilderijen vergrootte. Toen ik twee rondjes had gelopen kwam de directeur van het Kennemer Theater zijn kantoor uitgelopen. ‘Ik zal een lichtje voor je maken’ zei hij vriendelijk en floepte de grote  lichten aan. De schilderijen zag je beter, maar het my…