Doorgaan naar hoofdcontent

Mindfood

Bas Bossinade oogt als een kruising tussen Pier Paolo Pasolini en Andy Warhol. Fysiek. Maar ook in zijn werk. Voor de januaritentoonstelling in het Kennemer Theater heeft deze kunstenaar uit Velsen-Noord flink uitgepakt. Meteen bij binnenkomst in de centrale hal verwelkomen twee levensgrote tv-camera’s de bezoeker. De beelden van de binnenkomende bezoekers worden geprojecteerd op de monitoren die verderop in de hal zijn neergehangen. Twee tv-toestellen daarnaast vertonen een loop van dans- en muziekfilms uit de jaren dertig plus beelden van zijn atelier in Velsen. ‘Welkom in de wereld van Bossinade’.

De vergelijking met Pasolini en Warhol drong zich bij me op toen ik Bossinade tijdens de opening zag staan tussen zijn werken en zijn fans. Uiterlijk heeft Bossinade sowieso wel wat van de Italiaanse regisseur. Wat zijn werken betreft: met mathematische precisie combineert Bossinade wetmatigheden aan de lol in het leven: herhaling, beweging, stilstand en opnieuw beginnen, licht en donker, moeder en zoon, vriendschap en kameraadschap, maar ook het aardse met het ongrijpbare, de verbeelding van de mythe. Hij schept een eigen wereld. Voor wie het zien wil. En anders is het ook goed. Dat wat betreft Pasolini.

De moeder

De tentoonstelling is grofweg in drieën delen gedeeld. De linkerarm van de ruimte is gul ingericht met werken van Lies Bossinade. Iets te gul misschien, maar de prachtige geaquelleerde beeldverhalen geven volop zicht aan het fingerspitzengefuhl voor het bizarre en afwijkende van het dagelijks leven (in oorlogstijd). Dat zet zich voort in een rij eindeloze beelden en beeldjes, sf-achtige figuren die de wezens vertolken die ‘zich onze hersenkamers bevolken’, aldus BB tijdens de opening. De moeder als inspiratiebron.

Op het centrale deel van de tentoonstelling hangen vroege werken van de kunstenaar van een pop-art-achtige sfeer: objecten in felle kleuren, met constant bewegend en veranderend licht. Volgens een van de bezoekers is BB de enige in Europa die op deze manier neon weet op te laten gloeien en doven. Het geheel van deze panelen brengen je in een kermisachtige stemming, met lichten die aan- en uitgaan en lijken te bewegen in een felgekleurde omgeving.






De vriend

De derde helft van de tentoonstelling wordt gedomineerd door de stopmotionfilms van Richard de Jong, met wie BB nauw samenwerkt. Robots uit de fictieve wereld van de Bossinades worden door Richard tot leven gewekt in dynamische animatiefilms. Met robots die schokkerig maar elegant door het leven gaan schept hij een eigen dynamische wereld, waarin levenloze bouwsels door zijn meesterhand tot leven zijn gewekt en een eigen dynamische wereld bevolken.

En hier heeft de techniek de toeschouwer (die zich wil laten verleiden) te pakken. De levenloze creaties krijgen in de stopmotions een ziel ingeblazen. Ik was verbaasd dat zoiets zo vrolijk kan uitpakken.

Hoogtepunt van de tentoonstelling is voor mij de creatie Mindfood for Robots. Een prachtig purperen lamp verschiet van binnen van lichtsterkte en voorziet aan weerskanten vier ronde objecten van wisselend licht, in wisselend tempo. Daar tegenover staan een paar robots uit de koker van Lies Bossinade opgesteld, die worden gevoed door de lampengloed tegenover hen en klaar om dadelijk in de films van Richard de Jong te gaan figureren. Met dit mooie totaalbeeld vallen de werken van deze drie mooi samen.

Wondere wereld. Zoals Bossinade tijdens de opening zei: ‘We hebben een bizarre eigen wereld opgebouwd en we nodigen jullie uit om in onze hersenkamers een kijkje te komen nemen.’

En waarom Andy Warhol? De manier waarop Bossinade zich beurtelings op achtergrond en voorgrond stelt, alle ruimte geeft aan bron (moeder), inspireert (vriend) en een crew van enthousiaste niet-aflatende vertrouwelingen en volgers om zich heen heeft verzameld, die zorgvuldig en secuur deze tentoonstelling hebben vormgegeven, doet me denken aan the Factory.

Het gaat hier eens een keer niet alleen om de individuele kunstenaar. Het gaat hier om een wereld waar al deze figuren, robots, sf-figuren, en volgers hun plaats hebben gevonden. En waar wij een kijkje in nemen. Op een aantal is wat af te dingen: op een gebrek aan evenwicht in de opstelling, op de indeling, de kale wanden links, maar een kniesoor die daar over valt. Alles met elkaar is het een verrassende tentoonstelling. Laat je verrassen, zou ik zeggen, langzaam en onbevangen.



(Voor wie erbij wil zijn: waarschijnlijk wordt de tentoonstelling op 21 februari spectaculair afgesloten met films, video’s, VJ’s en verder alles wat beweegt.)

Reacties

Populaire posts van deze blog

Over een kip en twee fotografen

Ik begin met een anekdote over een kip,
en de clou komt later wel, op het eind.
Het verhaal van de kip in New York gaat als volgt. Een groep antropologen legde leven en welzijn vast van een papoeastam in primitief Nieuw-Guinea. De primitieven hadden nog nooit kennis gemaakt met de moderne wereld, geen vliegtuig gezien, geen auto, tv, radio, niets van dat al wat ons leven zo superieur maakt. De wetenschappers dachten dat het confronterend zou zijn de primitieven kennis te laten maken met die wereld van wolkenkrabbers, metrolijnen, fastfood en techniek. Er werd een film vertoond over het jachtige leven in New York. Na afloop werd aan de stamleden gevraagd wat ze allemaal gezien hadden. Een kip, was het antwoord. Temidden van al de moderne overvloed was alles wat hen was opgevallen iets wat ze herkenden: een kip. Een fraaie illustratie van hoe ons kijken in elkaar steekt. We zien wat we kennen. Wat we niet kennen, zien we niet. 

Op naar de laatste tentoonstelling bij KeK. De dubbeltentoons…

De ogen van een ander

‘Had ik maar iemand om van te houden…’

‘Had ik maar iemand om van te houden, twee zachte armen om me heen.’ Het is niet zo dat ik me sneu voel of zo, maar sinds mijn bezoek aan de tentoonstelling van Josje Peters dreunt dat deuntje in mijn hoofd. Hoe dat komt is simpel. De tentoonstelling bestaat uit niet  meer dan vijf monumentale schilderijenen van vier armen en niet minder dan dat daarbovenop nog twee grote doeken. Gul geschilderd. Op een woensdagochtend vroeg toog ik naar het Centrum van de Kunsten voor de tentoonstelling van Josje Peters. Ik had toch niks anders te doen. Bij binnenkomst was de tentoonstellingsruimte nog in een aangenaam duister gehuld. Op de vijf monumentale werken was slechts een enkel spotje gericht, wat wonderlijk genoeg de zeggingskracht van de schilderijen vergrootte. Toen ik twee rondjes had gelopen kwam de directeur van het Kennemer Theater zijn kantoor uitgelopen. ‘Ik zal een lichtje voor je maken’ zei hij vriendelijk en floepte de grote  lichten aan. De schilderijen zag je beter, maar het my…